Bert
Brussen (1975) doet op de door hem geleide website The Post Online
een manmoedige poging
http://politiek.tpo.nl/2016/04/27/closeread-opa-horst-op-extreemlinkse-npo-ledensite/
om mijn stuk over de kwaliteit van de democratie
http://www.joop.nl/opinies/het-is-geen-demo
onderuit te halen. Opa van der Horst (1949) kan het uiteraard niet na
laten daar het zijne over te zeggen. De politieke opvattingen van
Brussen zijn veel te boeiend om er stilzwijgend aan voorbij te gaan.
Heel
gecondenseerd en ingedampt worden die weergegeven door de volgende
tweet: “ “In
een democratie bepaalt de meerderheid van de kiezers wat goed/fout
is. Moralisme
laten bepalen is de
blauwdruk van een dictatuur”.
Deze
uitspraak is niet recent zoals ik dacht, maar al drie jaar oud.
Brussen wijst daar terecht op. Hij heeft derhalve lang de tijd gehad
om erover na
te
denken en – lezen we – hij onderschrijft de inhoud nog steeds.
Precies
vastgelegde vorm van burgerschap
In
zijn artikel neemt Brussen min of meer Erdogans Turkije in
bescherming. Ook laat hij zich in waarderende zin uit over de Franse
Republiek. Die twee hebben dan ook het nodige gemeen. President
Erdogan gebruikt de wetgeving die nu al weer een jaar of negentig
terug is ingevoerd door Kemal Atatürk. Hij liet zich daarbij sterk
inspireren door Franse voorbeelden. Turkije werd een sterk
gecentraliseerde eenheidsstaat die een precies vastgelegde vorm van
burgerschap aan de hele bevolking trachtte op te leggen. Atatürk
ontwierp het model. Iedereen had zich maar te voegen.
Dat
burgerschap is een uitvinding van de Franse Revolutie, meer in het
bijzonder van de Jacobijnen. Deze partij van radicale republikeinen
definieerde exact aan welke kenmerken de vrije burger diende te
voldoen en binnen welke bedding zijn denken zich diende te bewegen.
Wie koos voor een andere stroom, werd aangepakt en tot de orde
geroepen, tijdens de kortstondige dictatuur van Maximilien
Robespierre zelfs met behulp van het revolutionaire scheermes, zoals
de guillotine wel werd genoemd. Nadat deze met zijn directe
medewerkers zelf onder de valbijl was geëindigd, werd de soep niet
meer zo heet gegeten als hij werd opgediend.
Tango-scene
Toch
is er in het huidige Frankrijk nog veel jacobinisme te vinden. Het
hoofddoekjesverbod op de scholen is daar een modern voorbeeld van.
Datzelfde geldt voor het principiële laïcisme dat overal opgeld
doet en voor de bestrijding van minderheidstalen, zoals Vlaams of
Bretons ten gunste van het Frans, die tot voor enkele decennia met
felheid werd gevoerd. Ook het bewind van Atatürk had zulke
jacobijnse trekken. Hij gaf aan de lopende band voorschriften uit
voor het wenselijk gedrag van de moderne Turkse burger.
Minderheidsculturen en de bijbehorende talen, zoals die der Koerden
werden sterk onderdrukt. De overheid entameerde zelfs officieel een
tango-scene om de blik op het westen te richten. Wie ambitieus was en
zich wilde koesteren in de zon van Atatürk danste op nummers als
“Liefdeslied voor een Duits meisje” uit 1928
https://www.youtube.com/watch?v=wn6e33K61Uo.
Dit alles was bedoeld om de burger te verheffen uit de onwetendheid
die het product zou zijn van een met koran en religie doordesemd
staatsbestel. De Jacobijnen uit de dagen van de Franse revolutie
stelden zich geen ander doel maar dan met de feodale monarchie en de
katholieke kerk als doelwit. Nu draait Erdogan de rollen om. Hij
gebruikt het Jacobijnse instrumentarium om God terug te brengen tot
in de kleinste uithoeken van het Turkse leven. De meerderheid heeft
immers op hem gestemd. De wil van de meerderheid is wet.
Mal
van Nederlandse normen en waarden
Bert
Brussen is een Jacobijn in zijn opvatting dat in een democratie de
meerderheid zijn wil op mag leggen aan minderheden.
Dat
is ook geen wonder. Hij toont in zijn stukken duidelijk sympathie
voor wat ik maar het denken van Wilders zal noemen. Ook het programma
van de PVV verlangt van ingezetenen dat zij zich voegen naar de mal
van wat zij aanduiden als de Nederlandse normen en waarden en nu en
dan ook wel als de joods-christelijke beschaving. Dit laatste ondanks
het continue gehamer in dezelfde kringen op de zegeningen van de
verlichting en de scheiding van kerk en staat.
Net
als de Jacobijnen kennen zij een soort model-burger. Wie dat niet is,
kan moeilijkheden verwachten want die begrijpt kennelijk de vrijheid
niet. Het is daarom op een bepaalde manier misleidend om zulke
denkwijzen als uiterst-rechts te kwalificeren. Die zijn namelijk niet
reactionair maar juist revolutionair. Alles moet immers plaats maken
voor het intellectuele construct van de ideale burger, de enige die
de vrijheid waard is en deelachtig mag worden. Aanhangers van zulk
een ideologie zijn Jacobijnen en voor zover ze ook nog autoritaire
neigingen hebben Bonapartisten, want Napoleon Bonaparte gebruikte het
instrumentarium dat de Franse revolutie voor hem had klaargezet om
zijn keizerlijke dictatuur te vestigen.
Het
is overigens in deze zin opmerkelijk dat Bert Brussen opkomt tegen
wie zich afvraagt, of je een staat die vrouwen en slaven de
burgerrechten ontzegt, zoals het klassieke Athene of de
VS
vóór de burgeroorlog wel een democratie mag noemen. Op die manier
was het Zuid-Afrika van de apartheid ook een democratie, omdat een
door alle volwassen blanken vrij verkozen meerderheid de dienst
uitmaakte.
Verketteren
Bij
deze Jacobijnse praktijk hoort vrijwel onveranderlijk het verketteren
van de tegenstander. Robespierre deed het. Kemal Atatürk deed het.
Erdogan doet het. Bert Brussen laat het evenmin na gezien zijn
demoniseren van de uiterst linkse Vara, die volgens hem iedereen die
wat te mekkeren heeft, het zwijgen oplegt. Wie een of twee avonden
naar de uitzendingen van VARA/BNN kijkt ziet dat we hier te maken
hebben met een pluriforme omroep die honderd bloemen laat bloeien. Zo
niet de meerderheid van Bert Brussen. Die bepaalt immers, zo blijkt
uit de door hem al drie jaar omarmde tweet wat goed/fout is. De
minderheid is dus fout.
Tot
zover de democratie van Bert Brussen.
Conservatisme
Ik
schreef in mijn stukje iets over de staat die halt houdt op de
drempel van de burger. Dat was bijna een citaat van de Franse
denker/schrijver/politicus en naamgever van een supersteak
http://www.lekkertafelen.nl/recepten/chateaubriand-klassiek-vlees/
François-René de Chateaubriand (1768-1848), een der aartsvaders
https://nl.wikipedia.org/wiki/Fran%C3%A7ois_Ren%C3%A9_de_Chateaubriand
van het conservatisme. Hij schreef in een krantenartikel uit 1816 of
zo dat de ambtenaren van keizer Napoleon de drempel overschreden om
de volwassen zonen aan het gezin te ontrukken voor het leger terwijl
de gematigde koning Lodewijk XVIII voor die drempel respect had.
Chateaubriand had in zijn leven genoeg meegemaakt om een verklaard
tegenstander te worden van macht zonder grenzen. Ik moest aan hem
denken toen ik het stuk schreef dat Bert Brussen nu tracht te
fileren. De scheppers van de Nederlandse democratie hebben altijd
respect getoond voor het soort drempels waar Chateaubriand op wees.
Niemand krijgt in ons systeem grenzeloze macht ook al weet die zich
gedragen door een grote meerderheid.
Pluriforme
samenleving
De
grondwet getuigt van die mentaliteit. Artikel 1 legt de meerderheid
meteen een aantal beperkingen op. Discriminatie is verboden. Andere
artikelen garanderen de vrijheid van meningsuiting en zo is de
grondwet mede een instrument om al te ambitieuze meerderheden in toom
te houden. Heel typerend: ze kan slechts gewijzigd worden als twee
derde van de volksvertegenwoordiging zich daarvoor uitspreekt. Twee
derde, nadat er eerst nieuwe kamerverkiezingen zijn gehouden. Zo kan
een aanzienlijke minderheid grondwetswijzigingen tegenhouden. Dat is
om te voorkomen dat het hier een maatschappij wordt van
koekoek-eenzang in plaats van de pluriforme samenleving die past bij
de Nederlandse traditie door de eeuwen heen.
Ook
de scheiding der machten stelt grenzen aan wat een politieke
meerderheid kan maken. In de Verenigde Staten hebben ze daar een
eersteklas term voor: checks and balances.
Moralisme
Is
dat nu moralisme, zoals Bert Brussen in zijn stuk lijkt te beweren?
Is dat een levensbeschouwing waarin alles volgens vaste criteria
wordt gedefinieerd als goed of kwaad? Misschien maar in dat geval
verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet, gezien de onbekookte
aanvallen op de VARA. Bovendien is het nog maar zeer de vraag of
moralisme noodwendig tot dictatuur leidt, zoals Brussen met kracht
poneert. De Nederlandse politieke partijen koesterden tot in het
recente verleden levensbeschouwingen waarin goed (wij) en kwaad (in
verschillende gradaties de anderen) haarscherp waren gedefinieerd.
Dat heeft het grote informele principe van onze maatschappij –
leven en laten leven, de ander in zijn waarde laten – nimmer
aangetast. Nee, moralisme is het punt niet. Misschien is het juist
het gebrek aan moralisme, dat tot dictatuur leidt. De meerderheid
hoort immers te bepalen wat goed/fout is. Dit betekent dat een door
een charismatisch leider gedresseerde meerderheid voor iedereen de
normen kan stellen. Dat is Orwells 1984.
Verschillende
opvattingen van democratie
Bert
Brussen en ik verdedigen verschillende opvattingen van democratie.
Hij benadrukt het primaat van de meerderheid en diens recht om te
bepalen hoe een burger heeft te denken en te doen. Ik bepleit een
pluriforme samenleving waarin de eenheid tot stand komt door de
erkenning van de verscheidenheid. Als ik op koningsdag ondanks de
regen over de Nieuwe Binnenweg loopt en het is net Babylon, zoveel
talen worden er om mij heen gesproken terwijl niemand door het
rotweer zijn goede stemming laat bederven, dan denk ik: “Dit is
Nederland zoals Nederland bedoeld is”. Een Jacobijn zegt: “Op
straat spreekt men Nederlands”. Dat is het verschil. Het is ook
een politieke kloof die steeds duidelijker zichtbaar wordt.
Dat
zal volgend jaar tijdens de verkiezingsstrijd blijken. Bert Brussen
zegt aan het slot van zijn stuk dat democratie en opvattingen over
democratie kunnen veranderen en – om het kort samen te vatten –
dat ik daar maar aan moet wennen.
Dit
land is mij te lief om daaraan te wennen. Ons vaderland kan alleen
maar leefbaar zijn als de wil van de meerderheid zijn grenzen kent.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten